Deel deze pagina:  
 
*Boei
  • Header/PUUR op Leurse vaart
  • HOOP en VERLANGEN
  • Header/PASSIE & RETRO
  • Header/Vlootoverzicht
  • Header/ROYALE 02

Begrippen

Op het water worden voor andere benamingen voor een aantal dingen gebruikt als u wellicht gewend bent. Wij zetten de meest voorkomende voor u op een rij.

  • Stuurboord: Rechts
  • Bakboord: Links
  • Gangboord: Looppad aan weesrzijden van het dek
  • Afmeren: Het aanleggen van het schip aan de kant
  • Vaarweg of vaargeul: Het deel van het water dat ook door grotere schepen kan worden bevaren, vaak met betonning
  • Vaarwater: Het deel van het water waar een schip, hoe klein ook, kan varen. tenzij er een absoluut vaarverbod geldt
  • Groot schip: Een schip langer dan 20 meter
  • Klein schip: Een schip korter dan 20 meter
  • Bilgepomp: Pomp die water uit het laagst gelegen deel van het schip pompt
  • Bolder of kikker: Een metalen klamp voor het aan bevestigen van de touwen
  • Betonning: Het door middel van boeien markeren aan één of beide zijden van de vaargeul.
  • Voortros: Touw van de voorkant van het schip naar voren
  • Voorspring: Touw van de voorkant van het schip naar achteren
  • Achtertros: Touw van de achterkant van het schip naar achteren
  • Achterspring: Touw van de achterkant van het schip naar voren
  • Hogerwal: De walkant waar de wind vandaan komt
  • Lagerwal: De walkant waar de wind naartoe waait
  • Loefzijde: De zijde van het schip waar de wind tegenaan waait
  • Lijzijde: De zijde van het schip waar de wind vanaf waait
Naar boven